Tôlanaro en het zuiden
Toegangspoort tot Kaap Sainte Marie, afgelegen baaien en de woeste landschappen van Zuid-Madagaskar.
Tôlanaro en het zuiden
Jarenlang was het uiterste zuiden van Madagaskar enkel weggelegd voor doorwinterde 4×4-avonturiers. Dankzij de geasfalteerde wegen (RN13 en RN10) zijn nu ook afgelegen gebieden zoals het zuidelijkste punt Cap Sainte-Marie toegankelijk voor avontuurlijke reizigers. Zo verbinden we Tôlanaro (Fort-Dauphin) via het droge doornbosgebied in het zuiden en off the beaten tracks in het westen met kuststad Toliara.
Tôlanaro zelf ligt nog aan de vochtige zuidoostkust, maar amper 50 km verderop verandert het landschap volledig: een droge dorre en uitgestrekte savanne, met daarin het unieke spiny forest. Tot in Tsihombe is de weg geasfalteerd; daarna rijd je over tracks door een labyrint van cactussen – het thuisland van de Antandroy-stam – helemaal tot onderaan bij Cap Sainte-Marie. Meer naar het westen kom je aan bij prachtige stranden met tal van mogelijkheden om te surfen en duiken.
Highlights
Regio Tôlanaro en het zuiden
Tôlanaro (Fort-Dauphin)
Tôlanaro (of Fort-Dauphin) is het eindpunt van de nationale weg RN12 en het begin van de RN10 en RN13. De Fransen vestigden hier in de 17de eeuw een fort dat ze vernoemden naar de Franse kroonprins, daarom de naam Fort-Dauphin (dauphin = kroonprins). Lang bleef het een bescheiden vissersdorp, tot een van de grootste mijnbouwbedrijven ter wereld er een concessie verwierf. In no time groeide Tôlanaro uit tot een bruisende stad met een eigen haven, werkgelegenheid en een herkenbare bedrijfscultuur. Maar ook: prachtige baaien, oesters, surfsport, hiking en mountainbike op de Pic Saint-Louis, waar bergen en zee elkaar ontmoeten.
Berenty Reserve
Zo’n 60 km ten westen van Tôlanaro duikt een verrassend fenomeen op. Langs de rivier Mandrare strekken zich uitgestrekte sisal-plantages uit: een agavesoort die wordt verwerkt tot vezels voor onder meer de auto-industrie (isolatiemateriaal). In dit landbouwgebied ligt een stuk oorspronkelijk doornbos dat bewust ongerept werd gelaten: het Berenty-reservaat. Dit privéreservaat is wereldwijd gekend bij natuurliefhebbers voor zijn hoge concentratie lemuren, en dan vooral de ringstaartmaki en de sifaka, die je hier van dichtbij kan spotten. Wie een nachtje wil verblijven, kan terecht in de gekende Berenty Lodge, middenin het reservaat.
Ambovombe en Tsihombe
Als je verder rijdt over de RN13 kom je in Ambovombe, van oudsher de laatste plek om de tank van je jeep te vullen voor je de échte woestenij intrekt. Daarna loopt het asfalt (RN10) nog door tot in Tsihombe. Hier verlaat je de verharde weg en trek je de piste op, een gebied vol cactussen zo ver het oog reikt. Je rijdt hier als het ware door een heus labyrint van cactusvegetatie.
Bijzonder is de aanwezigheid van de stralenschildpad, een bedreigde landschildpad die hier dankzij een lokaal taboe op het eten ervan, nog in behoorlijke aantallen voorkomt. Ze wandelen doodleuk over de piste, waardoor je regelmatig moet uitstappen om ze voorzichtig opzij te zetten.
Cap Sainte-Marie Special Reserve
Op weg naar Cap Sainte-Marie – het meest zuidelijke punt van Madagaskar – trek je door het uitgestrekte, dunbevolkte gebied van de Antandroy, de bevolkingsgroep die zich perfect heeft aangepast aan het droge, onherbergzame klimaat van deze streek. Hier en daar duiken kleine dorpjes op met houten hutten, wat vee en maniokvelden. De Antandroy dragen traditionele kledij, gebruiken stokken en speren als alledaagse voorwerpen, en begraven hun doden in opvallend kleurrijke grafmonumenten.
Boven op de ruige kliffen van Cap Sainte-Marie sta je oog in oog met de volle kracht van de oceaan; de plek waar de Indische Oceaan en het Kanaal van Mozambique elkaar ontmoeten. Het beschermde reservaat dat de kaap omvat, is behalve een spectaculair uitkijkpunt ook een uniek stukje cactussteppe, met een gezonde populatie stralenschildpadden. De ideale uitvalsbasis om dit alles te verkennen is het mooie stadje Lavanono, op amper een uurtje rijden van de Cap en bekend bij surfers.
Itampolo en Tsimanampetsotsa National Park
Verder richting het westen ligt Itampolo, ons volgende doel langs deze route. Onderweg kruis je twee rivieren zonder ferryverbinding: meestal zijn ze droog, maar niet altijd. Het is ter plaatse goed uitkijken en informeren hoe je dit het best aanpakt. Het leukste is om zo dicht mogelijk bij de kust te blijven, maar bij te veel water, kan je altijd uitwijken richting binnenland, naar de RN10.
Itampolo zelf verrast met een prachtige zee en stranden. Van hier is het een korte tocht naar het Tsimanampetsotsa National Park, met het gelijknamige en opvallende zoutmeer.’Tsimanampetsotsa’ betekent zoveel als ‘hier zijn geen dolfijnen’: een knipoog naar het feit dat het meer geen direct zeewater bevat, maar een landinwaarts zoutmeer is. Hier zie je tal van flamingo’s die er in het ondiepe, mineraalrijke water naar voedsel zoeken. Ook herbergt het park enkele van de oudste baobabs van ons eiland.
Toliara
Via Anakao, een mooie surf- en duikplek, reis je verder naar havenstad Toliara aan de zuidwestkust. Ofwel met de boot ofwel met de auto via de RN10 die door Andranovory komt. De regionale luchthaven van Toliara is bijzonder handig voor het vervoer van reizigers voor of na hun rondreis.
Madagaskar.
Welkom
bij ons thuis.